Shopping Cart
Your Cart is Empty
Quantity:
Subtotal
Taxes
Shipping
Total
There was an error with PayPalClick here to try again
CelebrateThank you for your business!You should be receiving an order confirmation from Paypal shortly.Exit Shopping Cart

Tekstbureau MARBÈR


Dood. Te laat!

Een neef belde vorige week vrijdag. Hij belt anders nooit. Ik dacht meteen: het zal toch niet zijn vrouw zijn, die borstkanker heeft met uitzaaiingen? “Het gaat niet om Ellen”, zei hij snel alsof hij mijn gedachten kon lezen. Gelukkig, dacht ik. Ook al weet ik dat zij niet meer lang te leven heeft. “Het gaat over mijn vader. Hij is vanmiddag verongelukt. Dood."

Een spontaan ’godverdomme’ glipte over mijn lippen. Wat, hoe, waar, wanneer? Mijn neef vertelde dat mijn oom had verzuimd om goed uit te kijken bij het oversteken van een weg in Borne. Een Volvo raakte zijn scootmobiel vol in de flank. Hij was op slag dood. Dat laatste was een geluk bij een ongeluk. Als je dan toch dood moet, dan maar plots, zonder pijn. Zijn laatste woorden gaven ook enige troost. Tegen een vriend die bij hem was, had hij vlak voor het oversteken nog gezegd: ‘wat is het hier toch mooi’, genietend van de natuur. In zo’n periode van bericht tot uitvaart kwam hij meermalen in mijn gedachten langs. Hoe was hij, wat waardeerde ik, hoe zou ik hem typeren? Ik had altijd tegen hem opgekeken. Hij had het als docent Nederlands het verst in onze familie geschopt. In de puberale en redelijk linksradicale fase in mijn leven voerde ik regelmatig hartstochtelijke discussies met hem. Terugdenkend aan die tijd, constateer ik nu met andere inzichten dat ik redelijk zwart-wit dacht. Toch liet hij mij altijd in mijn waarde. Ondanks zijn eigengereidheid en soms eigenwijze gedrag. Hij was namelijk niet altijd even makkelijk voor zijn omgeving en voor zichzelf.

Dat beeld werd ook, eerlijkheidshalve, tijdens de uitvaart geschetst. Maar zijn acht kleinkinderen tekenden in korte ontroerende verhalen en gedichten ook een beeld van mijn oom dat ik helemaal niet kende. Van een lieve opa die altijd oog en oor voor zijn kleinkinderen had, hen adviezen gaf, mee uitnam naar musea en pretparken én die zelfs frequent met hen mailde. En oprecht geïnteresseerd was. Dat laatste wist ik wel. Hij was namelijk ook sociaal. De man steeg postuum nog meer in mijn achting. Toch had ik een dubbel gevoel. Waarom leerde ik een man, die ik ruim vier decennia dacht goed te kennen, pas écht kennen toen het te laat was?